beheerder van de facebook groep: PHOENICIA: The history & legacy of the Phoenicians

zondag 7 juli 2013

Kanaanietisch voortraject deel 5 Sjachar en Sjalem


          Het gedicht van de lieftallige en schone goden SJACHAR en SJALEM.
          ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

          De koning, koningin, de ministers, oudsten en twee goddelijke wezens van
          koninklijke bloede worden aangeroepen. De twee goddelijke wezens zijn op
          dezelfde dag geboren. De godin ATHIRAT (w Rachmy=de barmhartige) reikt *
          haar borsten aan om te zogen. (‑‑‑‑> komt ook in Egypte voor als thema).
          De god EL is bezig met het putten van water en door de kracht van zijn
          mannelijkheid roept hij de begeerte op van twee vrouwen, die zich aan
          hem geven. ‑‑‑> vergl.Genesis 6:4! zonen van god x sterfelijke vrouwen.
                  ‑‑‑> vergl.:De Heer kwam bij Sarah => geboorte Abraham!
          Deze twee vrouwen brengen SJACHAR (Dageraad) en SJALEM (Vrede, ofwel de
          ondergaande zon/avondschemering) en nog 5 anderen ter wereld. De
          echtgenoten van de twee vrouwen verbazen zich over hun goddelijke
          kroost. Er volgt hierover een gesprek met EL. SJACHER (SHAHIR) en SJALEM
          (SHALIM) hebben een gigantische eetlust. Bij het zogen "brengen zij een
          lip aan bij de aarde en de andere bij de hemel. In hun monden gaan de
          vogels van de hemel en de vissen van de zee." Gedurende 7 tot 8 jaar
          doorkruisen zij de velden en verslinden alle oogsten. Er vindt een
          toespeling plaats op de wijnbouw en op het braden van een lam, maar de
          betekenis is niet geheel duidelijk.
          Het gewijde huwelijk en de gehele voortbrenging wordt uiteindelijk
          gevierd en mogelijk is dit gedicht liturgisch van aard. Mogelijk zit er
          in het gedicht ook een verwijzing naar de rituele prostitutie.
          De betiteling van de goden als lieftallig en schoon mag een
          eufemistische bedoeling gehad hebben.

          *   Zie:La déesse nourricière d'Ugarit, W.A.Ward, SYRIA XLVI, 1969,
                  waarbij een vergelijking wordt gemaakt met de Egyptische Hesat
                  of Seshat‑Hor.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen