beheerder van de facebook groep: PHOENICIA: The history & legacy of the Phoenicians

maandag 29 juli 2013

Deel 33 Beeld van de Fenicische religie


          Een eerste beeld van de Fenicische religie.

          ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
 

          De Fenicisch religie is een polytheïstische godsdienst, waarin niettemin

          plaats is voor een hoofdgod, die alles overziet. Hij beschikt over een

          vergadering van heilige goden; de gehele familie van goddelijke

          kinderen. Daar waar de Joden hun religie ontwikkelen tot monotheïsme

          blijven de Feniciërs opteren voor een tussenvorm en gaan door hun

          overzeesche contacten meer de Grieken achterna. De meeste oude

          Kanaanietische goden blijven een hoofdrol spelen, maar door hun

          wereldwijde contacten worden ook veel buitenlandse goden in de

          Fenicische belevingswereld geintroduceerd.

 

          Er schijnt een systeem van duo's als voornaamste godheden per stad

          geweest te zijn, zoals:

          TYRUS   Melqart ‑ Ashtarte

          BYBLOS  Baal ‑ Baalat

          SIDON   Esjmoen ‑ Ashtarte

          Een aparte categorie vormen de Goden‑Genezers, zoals Horon, Esjmoen en

          Shadrapa. Dubbele godheden komen ook voor, zoals Esjmoen‑Ashtarte,

          Tanit‑Ashtarte, Resheph‑Melqart. Baal en Adonis vormen de goddelijke

          helden. Godheden kunnen meerdere rollen vervullen en dit kan ook weer

          van plaats tot plaats verschillen.
 

          Het is voorts opmerkelijk, dat godinnen een voorname rol spelen

          (Ashtarte, Tanit, Baalat, Anat) en veelal in relatie met vruchtbaarheid,

          welvaart, liefde, oorlog, maar een preciese onderscheiding en toewijzing

          is niet te maken.
 

          Heilige plaatsen zijn bij de Feniciërs vooral geënt op natuurlijke

          aspecten. Kapen, bomen, bossen, heuvels, bergen, grotten, rivieren en

          stenen vervullen die speciale rol. Stenen kunnen een speciale kracht

          bevatten en zijn dan veelal konisch, ovoïd of pyramidaal van vorm. Ze

          worden huis van god genoemd (Betyl ‑> Beth El).

          Tot in de Romeinse tijd blijft dit abstracte karakter in de godsdienst

          behouden. De kegel van Ashtarte te Paphos en de zwarte steen van Emesa

          zijn nog dergelijke late voorbeelden.

          De cultusplaatsen waren over het algemeen vrij klein.

          Sommige plaatsen groeien echter uit tot een soort bedevaartsoorden,

          zoals Sfiré, Baetocécé en Afqa met ieder een speciale cultus.
 

          De tempels worden uitgevoerd als hoge doosachtige smalle gebouwen. De

          indeling is meestal als volgt:

          VOORZAAL : HOOFDZAAL : HEILIGE DER HEILIGEN

 
          De regerende koningen zijn veelal ook de (hoge)priesters. In de
          Perzische tijd lijkt de rol van de koningen meer in de sfeer van
          hogepriester te liggen dan in zijn wereldse verplichtingen. De titel
          'priester van Ashtarte' komt bijvoorbeeld voor die van 'koning der
          Sidoniërs'! Fenicische koningen voeren persoonlijk ook de liturgische
          handelingen uit.
 
          Men gelooft in het hiernamaals. Grafschenners kunnen er dan ook zeker
          van zijn, dat zij met intense vervloekingen en de gevolgen daarvan te
          maken zullen krijgen. De dood is een lange slaap en het graf wordt de
          eeuwige rustplaats. Een begrafenis is een belangrijke gebeurtenis,
          waaraan een compleet 'feest' wordt vastgeknoopt.                     *
          De afbeelding van de sarcofaag van Ahiram laten iets zien van de
          ceremonie van geweeklaag. Hiertoe kunnen hebben behoord: kruinscheren,
          geseling tot aan verminking toe.
          De overledene wordt in bandages gewikkeld en gelegd in sarcofagen of in
          de rots uitgehouwen ruimtes. Bij koningen komt het balsemen voor.
          Daarnaast past men ook verbranding toe. Er worden symbolische grafgiften
          meegegeven, zoals keramiek, juwelen en ornamenten. De overledene moet in
          het hiernamaals de nodige zaken bij zich hebben. De samenstelling van de
          grafgiften geeft ook inzicht in de status van de overledene. Amuletten
          zijn er ter bescherming van kwade geesten, zoals de vliegers, de wurgers
          en het boze oog.
 
          Men schijnt ook in zielen te geloven in de vorm van schaduwen (Rephaïm),
          die in de onderwereld verkeren.
 
          In Sarepta zijn honderden beeldjes gevonden, die functioneerden als
          rekwestranten. Dat wil zeggen als een soort boodschappen naar de goden
          toe. Is zo'n beeldje eenmaal in schrijn van de godheid geplaatst, dat
          wordt het het eigendom van de god en ook heilig (qodesj).
 
          Offers zijn er aan de goden om een gunst te verkrijgen, zoals
          gezondheid, een goede oogst of de overwinning. Er is ook sprake van
          mensenoffers. De klassieke auteurs wijzen vrijwel exclusief naar de
          Carthagers, maar ook in Fenicië is daar sprake van geweest.           **
 
    *   Zie:het verslag van Theocritus van de 'Adoniae' te Alexandria uit de 2e eeuw v.C.
    **  Zie:A Tophet in Tyre? H.Seeden, Archeological Studies, American University of Beirut, Vol.XXXIX,
              1991.
ncfps
 

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen