beheerder van de facebook groep: PHOENICIA: The history & legacy of the Phoenicians

vrijdag 12 juli 2013

Fenicische religie deel 3 Schepping figuren


          De figuren/personages:

          ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

          De naam Kolpia zou verklaard kunnen worden als stem van de mond van

          Yahweh (qol pt yâh) of stem van de wind (qol pi'y). De naam Baau wordt

          in de tekst van Philo zelf verklaard als 'Nacht', maar het zou ook

          'Verlangen' kunnen zijn op basis van het Semietische woord "bacu".

          Ook de herkomst van de namen van Aion(1) en Protogonos is hoogst

          onzeker. Adam en Eva zijn bijvoorbeeld gesuggereerd. Mogelijk ligt er

          voor Aion een relatie met de Semietische naam Olam. Bij Protogonos kan

          men denken aan het Griekse Protoos (vooraan) of aan Protagonist (eerste

          toneelspeler). Het heeft in ieder geval iets met het begin, of de eerste

          te maken.

          Voor de namen Genos en Genea vinden we nog minder overtuigender

          verklaringen. Niettemin is men geneigd bij Genos te denken aan "volk" en

          bij Genea aan "geslacht". In plaats van echter desperaat verklaringen in

          Semietische en Griekse bronnen trachten te vinden, zou wel eens de meest

          eenvoudige oplossing kunnen zijn, dat Philo de bestaande Fenicische

          namen heeft aangepast voor gemakkelijker eigen gebruik.

          In ieder geval is opmerkelijk, dat na Mot de genoemde namen telkens als

          paren naar voren komen tot we weer een godheid tegenkomen: Beelsamen.

          Deze laatste is vermoedelijk de Kanaänietische en Fenicische Bcl smn :

          heer van de hemel. Identificaties met Baal Hadad en El liggen in

          dezelfde sfeer. Dezelfde godheid wordt nog in de Romeinse tijd genoemd.

          Bij Plautus als "Balsamen" en bij St.Augustinus als "Baalsamen".

 

 

 

 

 

          Zie:

             Texte aus der Umwelt des Alten Testaments

              Band I, Lieferung 3, Dokumenten

             Vppr de Bijbel, C.H.Gordon, New York 1962

             Die Phönikische Religion nach Philo von Byblos, C.Clemen,

              Mitteilungen der Vorderasiatisch‑Aegyptischen Gesellschaft, 42e

              Band, 1937, J.C.Hinrichs Verlag, Leipzig, 1993.

             Weltentstehung und Kulturentwicklung bei Philo von Byblos, J.Ebach,

              Verlag W.Kohlhammer, 1979.

             Philo of Byblos, The Phoenician History, H.W.Attridge & R.A.Oden,

              The Catholic Quaterly Monograph Series, Washington, 1981.

          1)  Het woord Aeon komt overigens voor in scheppingsverhalen van

              Tertullianus, Filastrius en Epiphanius, maar een relatie met Aion is

              niet duidelijk.

          Philo heeft dus o.a.Griekse en Hebreeuwse namen gebruikt, maar
          daarachter schuilen de oude Kanaanietische en Fenicische namen, zoals
          MOT en BAAL‑SHAMAIM. Dit geldt nog meer voor de diverse stambomen, die
          uit het verhaal van Philo naar voren komen (blz 39+40).
 
          Philo van Byblos beschrijft de scheiding van de wereld; de scheiding der
          elementen. Het komt verrassend sterk overeen met wat in andere culturen
          en godsdiensten wordt beschreven.
          In het boedhisme bijvoorbeeld is er eerst sprake van een leegte, dan
          wezens met licht en dan komt het vuur, het water en de wind.
          Bij het christendom is er eerst een chaos van wateren, woest, ledig in
          duisternis. Daarna kwam het licht en al het bestaande.
          Uit Scandinavië komt het scheppingsverhaal als volgt naar voren: Eerst
          was er een enorme leegte (Ginnungagap) met ijs in het noorden en hitte
          in het zuiden. Het leven ontstaat daarna in het midden, waarbij Odin de
          wereld organiseert. Bij de Noord‑Amerikaanse indianen is er sprake van
          een gelaagde hemel. De Inka's geloven, dat er eerst duisternis was,
          waarna Viracocha hemel en aarde schiep. In Polynesië en Melanesië
          gelooft men, dat hemel en aarde gescheiden werden door de zogenaamde
          hemeloptillers.
          Onvermijdellijk moet ook hier de bijbel geciteerd worden uit het boek
          Genesis: 1:2:
          "En de aarde was een woestijn en een waterdiepte en er was duisternis in
          het aangezicht van de diepte en de geest van god bewoog over de
          wateroppervlakte."
          Genesis: 1:3:
          "En God zei: Laat er licht zijn en er was licht."
          Om tenslotte terug te keren naar de teksten van Philo met:
          "En Mot werd gevormd als een ei en explodeerde tot licht."
          In Genesis VI:4 wordt gerept over Reuzen (Nehilim), waaruit Sem, Cham en
          Japhet zijn ontstaan. Philo heeft het in dit verband over de zonen van
          Phos, Pyr en Philox.
 
          De grote lijn in alle versies is duidelijk. Van leegte en duisternis
          gaat de schepping naar licht en scheiding der werelden en elementen.
          Door middel van een of andere kracht of transformatiebron begint het
          leven in welke vorm dan ook. Nog een paar voorbeelden uit de oudheid
          bevestigen de gedachtenwereld van Philo (en Sanchuniathon) in dit
          opzicht:
 
          Epiphanius
          "Duisternis, de diepte en water bestonden. En de wind maakte een
          verdeling in het midden hiervan. En de duisternis beklaagde zich en was
          jaloers op de wind. En de duisternis richtte zich op en omarmde de wind
          en verwekte, zoals hij zegt, een zekere vrouw, die Metra (Womb) werd
          genoemd en die na haar geboorte zwanger werd van dezelfde wind. En uit
          Metra werden vier Aeons geboren, van de vier Aeons nog eens veertien
          anderen; en rechts en links en donkerte kwamen tot stand. Maar later na
          dit alles kwam er een schandelijke Aeon en deze Aeon had gemeenschap met
          de hiervoor genoemde Metra; en vanuit deze schandelijke Aeon en Metra
          kwamen goden, engelen, demonen en de zeven geesten voort."
 
          Filastrius
          "In het begin, zegt hij, was er alleen duisternis, de diepte en het
          water. En hieruit werd in het midden een verdeling gemaakt en de wind
          scheidde deze elementen. Toen de duisternis zich met de wind vermengde,
          kwamen er vier Aeons uit voort en uit deze vier kwamen vier andere Aeons
          voort. Hij zegt overigens, dat op deze wijze de rechter en linker, licht
          en donker tot stand kwamen. Zij zeggen ook nog, dat een zekere man
          omgang had met een vrouwelijke kracht, waaruit goden, mensen, engelen en
          de zeven geesten van de demonen werden geboren."
 
          Damascius
          Een van de laatste neoplatonici Damascius beroept zich in 480 na Chr.
          ook nog op de Fenicische kosmogonie:
          "Hij heeft over Chronos als tijd, Potos als verlangen en Omiclé als
          moeder van alle zaken. Hieruit wordt de lucht (Aura) en het verstand
          (Otos) gevormd."
 


 

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen