beheerder van de facebook groep: PHOENICIA: The history & legacy of the Phoenicians

vrijdag 19 juli 2013

Fenicische religie deel 10 goden & plaatsen TYRUS


          TYRUS

 

          Melqart=Baal    Baal‑Sour is de hoofdgod en met de overzeesche tochten

                          van de Tyriërs verspreidt hij zich over de gehele

                          Middellandse zee. Hij heeft zijn eigen tempel in Tyrus,

                          waarvan een nieuwe door Hiram I (10e eeuw v.C) werd

                          gebouwd. Volgens Herodotos zou de tempel 2300 jaar voor

                          zijn tijd al gesticht zijn (=2740 v.C). Dit zou dan

                          mogelijk Bacal Hadad geweest kunnen zijn,

                          die later werd omgevormd tot Melqart. In de 9e eeuw v.C.

                          wordt hij ook genoemd in Damas bij Bar Hadad.  Volgens

                          R.Dussaud is Melqart het product van een syncretisme *

                          tussen Bacal (Hadad) en Yam.

                          In de 7e eeuw v.C wordt hij als Mi‑il‑qar‑ti

                          genoemd in het Baal verdrag met Asarhaddon.

                          Een Griekse vermelding heeft het over Archegetes als

                          stichter van de dynastie. Zijn faam is bij de Grieken

                          zo groot, dat Alexander de Grote in 333/332 v.C. per

                          sé een offer wil brengen in zijn tempel. Alexander is

                          immers een afstammeling van Heracles. Alleen degenen,

                          die in de tempel van hem een toevlucht hebben gezocht,

                          worden dan ook gespaard na de inname van Tyrus. Vervol‑

                          gens stelt Alexander de viering van een vierjaarlijks

                          feest in ter ere van Melqart‑Heracles.                **

                          Op munten uit de Seleucidische periode en uit de periode

                          126 v.C ‑ 66 na Chr. staat hij als Heracles afgebeeld.

                          Zie:Baramki blz 90+91).

 

  *   Zie:Melqart, R.Dussaud, SYRIA XXV, 1946‑48.

      De god van de wintervegetatie en brenger van de vruchtbaarheid Bacal neemt

      de attributen van de god Yam in zich op (zie de munten van Arvad). Het dubbele karaker zou tot

      uiting komen in de twee zuilen voor de tempel (Herodotos). Bij Philo van Byblos is er dan ook

      sprake van twee gedenktekens, die OusFos opricht voor het vuur en de wind. Melqart wordt

      vervolgens bij Nonnos 'anax pyros' (vuur van de hemel) genoemd. In de Oegarit teksten is er

      sprake van de opwekking door vuur, wanneer Bacal ten prooi valt aan Sjapasj (zon). Het agrarische

      karakter van Melqart wordt omgezet in diverse zee‑ en waterkenmerken. De Kanaanieten maken putten

      om het regenwater op te vangen. De regen stopt in februari‑maart (egersis van Melqart) en dat

      valt samen met het lentefeest, dat de vernieuwing van de vegetatie markeert. De cirkel lijkt

      rond te zijn.

 

  **  Zie: Le dieu Melqart en Phénicie et dans le bassin méditerranéen: une culte national

           et officiel, C.Bonnet‑Tzavellas, OLA 15, 1983.

 
                          Uiteindelijk wordt hij dus Heracles, zoon van Zeus en
                          Asteria. Volgens Philo van Byblos is Melqart
                          (Melkathros) de zoon van Hadad‑Demarous. Volgens
                          Atheneus wordt Melqart opgewekt door zijn vriend Iolaus
                          door hem te laten ruiken aan een geroosterde kwartel.
                          In de 2e eeuw v.C. wordt Melqart als Heracles afge‑
                          beeld (munt). Een godheid met een gevleugeld zeepaard op
                          een munt uit de 4e eeuw v.C. moet ook betrekking
                          hebben op de Melqart‑Heracles combinatie.
                          In Tyrus blijft Melqart door de eeuwen heen een
                          nationaal symbool. Hij is de beschermer en stichter van
                          de stad. De koningen van de stad zijn zijn
                          plaatsvervangers en zitten op zijn goddelijke troon.
                          Elk jaar moet Melqart sterven en branden in een groot
                          vuur en de koningen zullen bij de opwekking van
                          Melqart ongetwijfeld een belangrijke ceremoniele rol
                          gespeeld hebben.
 
          Ashtarte        Moeder van Melqart. Zij verandert op den duur in
                          Asteria/Afrodité. Een nieuwe of misschien de eerste
                          tempel voor haar wordt ook door Hiram I opgericht.
                          Eind 10e, begin 9e eeuw v.C komen een aantal koningen
                          van Tyrus voor met in hun naam ook Astarte opgenomen.
                          In het Baal verdrag van c.675 v.C.wordt zij genoemd als
                          dAs‑tar‑tÂ. Ittobaal II (2e helft 8e eeuw v.C) is een
                          priester van Ashtarte. In het grieks wordt zij de zeer
                          grote godin genoemd.
                          In Egypte is zij de godin van de gevechten, godin van
                          de Aziaten. In de bijbel wordt zij de godin van de
                          vruchtbaarheid en liefde genoemd. Bij Philo is zij de
                          vrouw van haar broer Kronos. In Tyrus zelf wordt ze
                          "de hoogste" genoemd in relatie tot astrale concepties.
                          Nabij Tyrus in Hirbet et‑Tayibe bevindt zich een troon
                          van Astarte in een voor haar opgericht heiligdom (AO
                          4565). De inscriptie op de troon luidt:               *
                          lrbty lcstrt 's bgw hqds
                          Aan mijn vrouwe, aan Ashtarte, die zich binnen het
                          heiligdom bevindt,
                          's ly 'nk cbd'bst bn bdbcl
                          dat aan mij toebehoort, (aan) cAbdubasti, zoon van Bodbacal.
                          Opmerkelijk is de vondst van een beeldje van Ashtarte
                          (BAALIM, SYRIA LXII 1985) met een teken, dat het midden
                          houdt tussen het teken van Tanit en het Ankh‑teken.
 
 
          *   Zie: Le trFne d'Astarté: une inscription Tyrienne du second siècle av.J.C.,
              P.Swiggers, OLA 15, 1983.
          Resheph         i.r.t. weerlicht.
 
          Anat            genoemd in het Baal verdrag van c.675 v.C als Anat‑
                          bait‑ili.
 
          Esjmoen         genoemd in het Baal verdrag van c.675 v.C (Iesumunu).
                          Bij Tyrus in Tell el‑Kheleifeh is mogelijk zijn naam
                          opgedoken vanuit de 5e‑4e eeuw v.C.(Rivista di Studi
                          Fenici 7, blz 28, 1979).
 
          Baal Shamaim    genoemd in Baal verdrag 675 v.C. Hij wordt nog al eens
                          in verbinding gebracht met de Baal Saphon, Malage of
                          eventueel die van Carmel. In zijn tempel is een pilaar
                          van goud aanwezig. Mogelijk is hij zelfs belangrijker
                          dan Melqart.
 
          Baal Malage     genoemd in Baal verdrag 675 v.C. en staat voor zeegod,
                          of voor god van de overvloed. De Grieken noemen hem
                          waarschijnlijk Zeus Meilichios=heer van de zeelieden.
                          Baal Malage is de Akkadische naam en Baal Mallei de
                          Fenicische.
 
          Baitylos        De goddelijke steen, waarin de godheid huist (Beth‑El)
                          en wel op de hoogste plaats. Voorts als Bait‑ili (zie
                          ook bij Anat!) in Assyrische inscripties (Esarhaddon).
                          Zie:Pantheon of Gods, R.J.Clifford.
 
          Baal Saphon     Een Kanaanietisch relict. Zijn naam vinden we op een
                          amulet uit Tyrus en wel uit de 6e eeuw v.C. (Studia
                          Phoenicia 4, blz.82‑86, 1986). Deze Baal wordt in de
                          oudheid veelal verward met Typhon en Seth.            *
                          Baal‑Sapuni.
 
 
 
 
          *   Zie:Typhon et Baal Saphon, C.Bonnet, OLA 2, 1985.
              Wellicht is Typhon de Griekse interpretatie van Seth. Er ontstaat een legende,
              waarbij de Tyrische god Baal Saphon door Typhon in Libyë ter dood wordt gebracht,
              gevolgd door een wederopstanding. De wortels van Baal Saphon liggen echter in Oegarit.
              Vervolgens wordt hij aangetroffen in Lakish (Saphon is Yahvé). In het Punisch wordt
              hij Saphonibaal genoemd. Philo van Byblos associeert hem met de Casios (Hazzi). Op het
              tarief van Marseille komt hij voor met 'bt bcl spn'. Er is sprake van een tempel te Carthago.
              In Egypte wordt bij Pelusium een Casius genoemd, terwijl er in Spanje een Mons Casius voorkomt.
              Tenslotte is er dan nog de relatie met de Cassiterus (Avienus). Kortom: Baal Saphon komt
              in de gehele toenmaals bekende wereld naar voren, waarbij Tyrus de trait‑d'union vormt tussen de Kanaanietische wortels en de latere Griekse uitwerkingen en vervormingen.
 
          Baal Hamon      Zijn naam vinden we op een amulet vanuit de 6e eeuw v.C
                          (Studia Phoenicia 4, blz.82‑86, 1986).
 
          Dagon?          In het Tyrische gebied ligt de plaats Bet‑Dagon
                          (Josephus 19,27), terwijl ten zuidoosten van Berytus de
                          wadi Badgan loopt.
                          Het zijn te weinig aanknopingspunten voor de conclusie
                          van een echte Dagon verering alhier.
 
          Damu?           In het Fenicisch/Oegaritisch: Dcm. Deze
                          godheid is al in het 3e millennium aanwezig in het
                          Midden‑Oosten. Op een Tyrische inscriptie staat te
                          lezen: Dcmlk = D is koning (RES 1204).
                          Het is te weinig voor de conclusie van een echte
                          verering alhier.
 
          Tanit           In de haven van Tyrus is het teken van Tanit
                          aangetroffen. Uit 125/124 v.C. stamt een gewicht met op
                          de achterkant het teken van Tanit (AO 7017).          *
                          Het hoeft nog niet te duiden op een echte verering van
                          de godin alhier.
 
          [Eros]          Deze Griekse godheden komen voor in de 2e‑3e eeuw na
          [Psyche]        Chr.
 
          ?               Nabij Tyrus te Djamdjine is een afbeelding gevonden van
                          een godheid voor een brander (AO 4833) en te Ras el'Ain
                          een zittende god (AO 6970). Een positieve identificatie
                          ontbreekt, maar de afbeeldingen komen uit de 6e‑4e eeuw
                          v.C.
 
          Voorts zijn er uit de laat‑Hellenistische en Romeinse tijd afbeeldingen
          op munten zichtbaar van Kadmos, Nike, Dido, Dionysos en Athena. **
          Voor Kadmos: Zie Kadmos the Phoenician, A.H.Hakkert, Amsterdam, SYRIA, 1982.
 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen