beheerder van de facebook groep: PHOENICIA: The history & legacy of the Phoenicians

zondag 7 juli 2013

Kanaanietisch voortraject deel 4. Baal-cyclus


          De Baal‑cyclus.
          ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
          De teruggevonden tabletten zijn in meer of mindere mate beschadigd. Toch
          is het mogelijk om drie episoden in deze cyclus te onderscheiden:

          a.De strijd tegen de Zee.
          b.De bouw van het paleis van Baal.
          c.De strijd van Baal/Anat met Mot.

          a.De strijd tegen de Zee.
          De god YAM (JAM) is de uitverkorene van EL. (YAM ‑‑‑> komt terug bij de
          Feniciërs en met name bij Arvad als BAAL‑YAM!)
          YAM betekent in het Hebreeuws en in het Oegaritisch 'de zee'. KOTHAR‑WA‑
          HASIS, of is het KOTHAR en KHASIS, de goddelijke handwerksman/lieden
          bouw(t)en een paleis voor YAM‑ZEBUL (prins van de zee) en die dreigt de
          aarde te overstromen met de zee en de rivieren (rechter NAHAR). YAM
          wordt gezien als Prins Zee en oceaanstroom‑regelaar. Dit alles
          verontrust de goden en vooral BAAL. 
          BAAL bereidt met HORON (‑‑‑> komt terug bij de Feniciërs!)
          en ATHIRAT/ASHTARTE een aanval voor op YAM, maar YAM voelt zich echter
          zo sterk, dat hij zelfs boodschappers stuurt naar de goden en hij eist
          de uitlevering van BAAL. De goden zijn geintimideerd en zitten met hun
          hoofden op hun knieën! EL kiest partij voor YAM en levert BAAL uit aan
          YAM.
          Dan zien we een tussenkomst door KOTHAR‑WA‑HASIS (HIJAN), de bekwame,
          helderziende en goudsmid van de goden. Hij levert aan BAAL enig
          wapentuig in de vorm van twee knotsen, die 'jager' en 'leidsman of
          verdrijver' genoemd worden. Dankzij de knotsen, die welhaast een eigen
          leven gaan leiden) overwint BAAL (de wolkenrijder) en YAM herhaalt
          tweemaal: "Ik ben dood, BAAL is het die regeert".
 
          b.De bouw van het paleis van BAAL.
          Dan doemt het volgende probleem op, want BAAL heeft geen woning en alle
          andere goden wel. Hierbij gaan twee godinnen een rol spelen. ATIRAT van
          de zee, vrouw van EL en koningin der goden en ANAT, zuster en geliefde
          van BAAL. ANAT koopt ATHIRAT om met o.a. gouden geschenken (meubilair)
          door KOTHAR‑WA‑HASIS (HIJAN) gemaakt. ATHIRAT en ANAT weten dan van EL
          gedaan te krijgen, dat EL zijn toestemming tot de bouw geeft.
          ATHIRAT:"Nu zal BAAL de regentijd kunnen inluiden, het seizoen der
          wassende beken." KOTAR‑WA‑HASIS is de architect en volgt de
          voorschriften van BAAL nauwgezet op. Het materiaal en het gereedschap
          wordt vooraf eerst goedgekeurd. Er worden ceders gehaald uit de Libanon
          en uit Shiryon.  ILSJOE is de timmerman van het huis en zijn vrouw
          'timmert voor de godinnen'. Er is sprake van een zevendaags werk.
 
 
          Zie o.a.:
          ‑ Le dieu Mut ‑ guerrier de El, J.L.Cunchillos, Syria LXII, 1985.
 
          BAAL wil geen enkel raam in zijn paleis. Waarschijnlijk wil hij
          voorkomen, dat YAM (zee) of MOT (dood) zijn paleis binnendringen en zijn
          dochters of nymphen of 'meisjes' meenemen.  Deze zijn Talai 'Dauw',
          Pidrai 'Licht of Nevel' en wellicht Arsi 'Aarde' (het meisje van Icbdr).
          Kennelijk kan door het raam de regen de aarde bereiken,
                              ‑‑>in de bijbel:wolken zijn zakken regen!
          maar kan andersom ook langs het raam de dood binnensluipen. Vandaar het
          dilemma, of er wel een raam moet komen. Een dienster van ATHIRAT maakt
          de stenen voor het paleis. ATHIRAT zelf zamelt geld in en legt een
          tempelschat aan. Wanneer het paleis klaar brengt BAAL een offer en
          organiseert een groot feest. Wanneer BAAL daadwerkelijk zijn woning
          betrekt op de berg SAPHON, laat hij toch een raam plaatsen. Als god van
          de vegetatie proclameert BAAL zijn overwinning op MOT, de dod van o.a.
          de zomerhitte. ANAT voert ondertussen enige rithen uit, waardoor BAAL
          zijn vruchtbaarheidskracht kan gaan toepassen. ANAT legt in de aarde
          voedsel neer, waarop BAAL zijn bliksemschichten lanceert.  BAAL verslaat
          diverse zeemonsters, waaronder LOTHAN de slang, terwijl ANAT een draak
          bevecht, die de zee deed kolken met zijn dubbele staart.
          ‑‑‑> vergl.OT met Jahweh en de zee als slang (Leviathan) en vergl.Enuma
          Elish, waarbij zee en rivier samengaan!
          Vooral ANAT blijkt een bloeddorstige godin te zijn. Zij moordt twee
          steden uit en wentelt zich in het bloed van de vijanden en dat alles,
          omdat MOT de dienaren van BAAL en ANAT tegen hen heeft opgehitst.
 
          c.De strijd van BAAL en MOT.
          BAAL wordt door de god van de onderwereld MOT uitgedaagd. De stad van
          Mot wordt Hamrai genoemd. De regens hebben opgehouden en de zomerhitte
          neemt de overhand. BAAL paart met een wezen (dier of ANAT) en daaruit
          onstaat Mt. Hij heeft nu tenminste een nakomeling, mocht hij niet levend
          uit de strijd met MOT terugkeren.
          "Hij beminde een vaars in de weide.
           Hij sliep 77 keer met haar,
           Zij liet zich door hem 88 keer bestijgen.
           Zij raakte zwanger en baarde naar zijn gelijkenis."
          [lacune in de tekst].
          BAAL bevindt zich in een wijde vlakte. Daar overvalt hem een meute wrede
          wezens, verslinders genoemd, die van voren horens hebben en op de rug
          een bult, maar met een menselijk gezicht, zodat BAAL even denkt met
          vrienden of broers te maken te hebben. Die waren geboren uit EL met een
          dienares van ATHIRAT en die had EL de woestijn ingejaagd. ‑‑‑>
          vergl.Abraham en Agar, de dienster van Sarah (genesis XVI).
          Tlsj is de dienster van Yrh (Yerah) en Dgmy is de dienster van 'Atrt
          (Atirat) en worden naar de woestijn verbannen. Eén hiervan geeft onder
          een eik geboorte aan twee beesten met horens als stieren en bulten als
          buffalo's.  Kennelijk zijn het deze wezens, die BAAL aanvallen.
          De overmacht is voor BAAL te groot. Hij valt neer als een stier.
          "Zo is de stier BAAL gevallen als een stier en de buffel HADAD is
          neergelegd als een buffel in een modderig moeras."
           Hij is het slachtoffer, waarvan de dood onvermijdelijk en noodzakelijk
          is. Hij prevelt nog een gebed tot de koning der Gerechtigheid. EL heeft
          het zo gewild en MOT is slechts zijn instrument.
                              ‑‑‑> vergl.God en Jezus!
          De boodschappers Gapan 'Wingerd' en Ugar "Akker' melden de dood van
          BAAL. ANAT vraagt EL naar beneden te komen naar het lijk van BAAL. EL
          komt langzaam trede voor trede, haast schoorvoetend.
          EL betreurt of doet alsof hij de dood van BAAL betreurd. Hij daalt af
          van zijn troon, zet zijn tulband af, strooit stof over zijn hoofd. Het
          gebergte galmt van zijn geweeklaag: "BAAL is dood, wat is er geworden
          van de zoon van DAGAN?"
          ANAT gaat op zoek ‑‑‑> vergl.Isis‑Osiris, Isjtar‑Tammuz, Afrodite‑
          Adonis!
          ANAT roept de hulp in van SJAPASJ/SHAMAT en deze zonnegodin vindt met
          haar stralen het levenloze lichaam van BAAL. ANAT voert de
          rouwceremonies uit, begraaft BAAL op de hoogten van SAPHON en brengt aan
          het eind van de rouwperiode dodenoffers. De troon van BAAL is nu vrij
          voor een opvolger en in eerste instantie zou hiervoor 'ATTAR/ATHAR met
          de bijnaam 'ARIZ in aanmerking kunnen komen. Zijn naam zou kunnen
          betekenen de sterke, de aanmatigende. Hij blijkt echter niet geschikt
          voor die taak. Zijn voeten reiken niet tot de grond, als hij op de troon
          zit. Hij behoort op de aarde, waar zijn taak het is om de aarde te
          bevloeien (irrigatie). Dan gaat ANAT naar MOT om BAAL vrij te krijgen,
          maar MOT weigert. Dit mondt uit in een gruwelijk handgemeen: "ANAT greep
          MOT, de zoon van EL, met een kling snijdt zij hem aan stukken, met de
          wan want zij hem, met het vuur roostert zij hem, met de molen
          vergruizelt zij hem, op het veld verspreidt zij zijn vlees, opdat de
          vogels het opeten." ‑‑‑> het graan van de velden!
          EL krijgt een droom en ziet BAAL ALJAN/ALEYAN weer levend, want hij
          heeft tekenen van overvloed gezien: uit wolken regent het olie en in
          droge beddingen stroomt honing.  ANAT verslaat haar en zijn
          tegenstanders.
          Na zeven jaren komt MOT echter weer terug en er volgt een eindstrijd,
          waarbij BAAL weer voor even overwint, want SJAPASJ weet MOT te
          overtuigen, dat verder verzet zinloos is. De strijd tussen MOT en BAAL
          zal echter tot in het oneindige voortduren.
 
          De rol van BAAL in deze cyclus is die van een actief handelende god. Hij
          bedreigt weliswaar nooit EL en moet ook maar afwachten, of zijn eigen
          positie niet aangetast wordt, maar hij wordt wel de eerste onder de
          andere goden. Daarentegen wordt de Hethietische god Kumarbi wel
          onttroond door zijn zoon Teshub. Bij Philo van Byblos zien we hetzelfde
          gebeuren in de relatie OURANOS_KRONOS.
          De naam Aleyan onmiddellijk en naast die van Baal schept enige
          verwarring. Men heeft een tijd gedacht, dat daar zijn zoon mee bedoeld
          werd. Baal en Aleyan zouden regeren in de herfst, winter en lente en Mot
          in de zomer. De strijd begint in de lente en Baal verliest. Aleyan zet
          de strijd voort in de vorm van fruit. Waarschijnlijker is, dat Aleyan
          een bijnaam of toenaam van Baal zelf is in de zin van de machtige, de
          overwinnaar.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen