beheerder van de facebook groep: PHOENICIA: The history & legacy of the Phoenicians

zondag 14 december 2014

Fenicisch/Punische religie deel 81 Slotbeschouwing

          4.5.Slotbeschouwing.

          ===================
 
          In deze slotbeschouwing zal er aandacht besteed worden aan:
          ‑ de hoofdconclusies;
          ‑ diverse completere overzichten;
          ‑ verdere mogelijke uitwerkingen.
 
          A.Hoofdconclusies
          B.Tofets
          C.Begraafplaatsen
          D.Ligging van de graven
          E.De vorm van de gedenkstekens
          F.Bedevaartsoorden
          G.Een tijdsmatig overzicht
 
 
          A.Hoofdconclusies.
          ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
 
          a.De Feniciërs en Puniërs hadden een bijzondere
          polytheïstische godsdienst. Er was een duidelijke notie van
          een opperwezen. Van de achtergrondfiguur EL bij de
          Kanaanieten verschuift hij waarschijnlijk naar de BAAL
          SHAMAIM bij de Puniërs. Daarnaast was het aantal werkelijke
          goden en godinnen eigenlijk zeer beperkt. Slechts BAAL(S),
          ASTHARTE in het oosten, TANIT in het westen en ESJMOEN
          spelen de hoofdrollen. RESHEPH heeft na de Kanaanietische
          periode aan invloed ingeboet, maar hij blijft tot aan de
          Romeinse periode zwak in beeld. Verreweg de meeste andere
          genoemde goden of godinnen zijn in feite afgeleiden daarvan,
          hulpgoden, halfgoden of zelfs helden, heren, meesters etc.
          etc.
          Naarmate de eeuwen echter verstrijken worden (sommige)
          'lagere' goden belangrijker en wordt de rol van het
          opperwezen teruggedrongen.
 
          b.De rol van de godheden is in tijd en plaats enigszins aan
          verandering onderhevig, maar de grote lijn blijft intact.
          De wederopstanding met de vegetatiecyclus zien we
          voortdurend bij Baal, Melqart en Adonis. De genezergoden
          Shadrapa, Sid en Horon blijven die functie behouden. De
          vruchtbaarheidscultus is weggelegd voor Ashtarte, Baal
          Hammon en Tanit.
 
          c.De schepping als voorstelling bij de Feniciërs en nog meer
          bij de Puniërs blijft voor een belangrijk deel toch nog een
          vraagteken, ondanks de helaas unieke bijdrage van
          Sanchuniathon‑Philo. Vermoed wordt, dat hun voorstelling van
          zaken vooral bij die van de Egyptenaren heeft aangesloten.
 
          d.De religieuze onderwerpen bij de Feniciërs en Puniërs
          verschillen enigszins. Hoe meer plusjes hoe belangrijker.
 
                              Feniciërs     Puniërs
          ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
          strijdende goden       ++           +
          vruchtbaarheid         ++           ++
          genezende zaken        ++           ++
          wederopstanding        ++           +
          schepping              ?            ??
 
          e.De continuïteit in de religie van de Kanaanieten ‑
          Feniciërs ‑ Puniërs is opmerkelijk. Dat geldt niet alleen
          voor de basisgedachte, maar ook voor de rituelen,
          begrafenisrithen en godheden. Per stad of streek van
          herkomst in Fenicië zijn er verschillen en die worden naar
          de kolonies natuurlijk ook zo overgeplant.
 
          f.Religie is een belangrijke bestaansbron.
          Met al het personeel, met al het geld van de offers en
          overige diensten, vormt deze tak van dienstverlening een
          relatief grote bijdrage aan de economie van menige
          Fenicische en/of Punische stad.
          g.Er bestaat een geloof aan het leven na de dood.
          Hawwat en Resheph spelen bij de onderwereld een rol. Zowel
          in het oosten (te beginnen bij Oegarit) als in het westen
          (El Amrouni) worden de Rephaïm genoemd als de schimmen der
          doden (Mânes). Uit afbeeldingen te Dj.Mlezza en Kef el Blida
          blijkt, dat er in een soort hemelvaart wordt geloofd.
 
          h.De invloed van bijgeloof, magie is enorm groot.
          Er is een grote angst voor de verborgen machten, die
          uiteindelijk toch zullen overwinnen. Men maakt gebruik van
          amuletten, vervloekingsformules en bezweringsformules om de
          kwade geesten ver weg te houden. De bescherming van de
          kudde, het schip, de havenstad en de olijfgaard moet met
          behulp van de goden zo lang en zo goed mogelijk beschermd
          worden. De scheiding tussen echte religie en bijgeloof is
          erg vaag.
 
          Ter adstructie een voorbeeld: 2e amulet van Arslan Tash in Neue Ephemeris der Semietischen
          Epigraphie, RSF II.
 
                                                           Bezwering O MZH,            Baal
          Een bezwering van de sprenkelaar, Baal
                                                   spande zijn (mijn?) wagen voor en 'grootoog'
          tuigde zijn strijdwagen op en een overvloedige bron
                                                          kwam. De Alasioot ging naar buiten
          is met hem. De Alasioot heeft gestuurd
                                                 de in de gang(?)/op(?) het veld, en 'open oog'
          het vuur in de gang(?)/op(?) het veld, en de golf van de bron,
                                                       op het veld van het eiland van de Ala‑
          op het veld. Waar is de Ala‑
                                                                   sioot is (zijn) huis.
          sioot. Het is gestold/geklonterd!
                                                          Ik heb de grendel op slot gedaan!
          Ik heb het met grendels bevestigd.
                                                                    Vlucht, tovenaar(?)!
          je oog!
                                                    Verwijder(?) uit het hoofd de verwoesting!
          Hij is weggevlucht, degene met het boze oog
                                                          .... uit het hoofd de droom! Stop
          op de borst, op het hoofd van degene die bereikt
                                   met het vernietigen van het oog! In volmaaktheid is mijn oog, moge
          begrip in het hoofd van de dromer, want
                                                                    je oog volmaakt zijn
          ik sloeg geheel het oog, zijn oog.
                                          Mijn bezweringsformule komt overeen met de (schrift)rol.
          Mijn betovering(en) is (zijn) zoals op de rol/lijst.
 
          i.De overdracht van de religie van Kanaanietische naar de 
          Fenicische én naar de Punische wereld gebeurt naar streek en
          naar godheid.
 
          De complete overdracht naar streek.
          ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
          In grote lijnen liggen er vooral relaties tussen:
          ARVAD  ‑> via vooral Shadrapa ‑> SARDINIË
          SIDON  ‑> via vooral Esjmoen  ‑> SARDINIË
          TYRUS  ‑> via vooral Melqart  ‑> SICILIË/IBERIË
 
          Merkwaardigerwijs spelen Cyprus en Malta als de tussenstations bij deze religieuze overdracht           toch minder een rol als verwacht zou mogen worden. Zo speelt Cyprus slechts een wezenlijke rol           bij Ashtarte en Pumaï. Het lijkt veeleer lange‑afstandwerk te zijn. De klassieke auteurs gaven           het al aan: Utica, Gadir en Lixus zijn volgens hen wezenlijk ouder dan Carthago. Ook met de             godenwereld schijnt dit een mogelijkheid te zijn. Melqart treedt in Gadir veel eerder op dan            elders in het westen. Uiteindelijk gaat Carthago als kruispunt en initiator functioneren bij            de invulling en opvulling van raamwerk, dat al in de begintijd de gehele lengte van de                  Middellandse zee en daarbuiten omspande.
          Als het voorkomen van de voorkeursgodheden als indicatoren gebruikt zou kunnen worden om de
          identificatie van Arvadiërs, Sidoniërs en Tyriërs in het westelijk deel van Middellandse zee            aan te geven, dan zou mogelijk de volgende inschatting naar voren kunnen komen, waarbij:
          # = Arvadiërs
          o = Sidoniërs
          * = Tyriërs
          ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
          *            
          *                  *
          *       *          *   #
          * o     * o        * o #
          IBERIË  IBIZA      SARDINIË   *
                                        *
                             *          *
                             *          SICILIË
                     *       *
                     *       *
                     *       *
          *          * o #   * o #      *
          MAURETANIË NUMIDIË AFRICA     * o #
                                        TRIPOLITANIË
          ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
          Het aantal tekens dient niet alleen om de aanwezigheid aan te geven,
          maar ook om enigszins een verhouding weer te geven. In dit opzicht is
          echter veel meer onderzoek nodig.
          E.e.a. bevindt zich ook buiten de inhoud van dit hoofdstuk.
          De complete overdracht naar godheid.
          ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
          onderstreept: volledig
          pijltje: enkelvoudig
 
          KANAANIETISCH
                       FENICISCH       PUNISCH       nog latere periode
          ==============================================================
          'UM PHL
                                       'm'           demeter
                                       'rsj          ares
                       ADON(IS)   ‑>   ADON(IS)      daphnis?
                       ANA?
          ANAT         ANAT            ANAT          athena
          arsi
          ATHIRAT
          /ASHTARTE    ASHTARTE        ASHTARTE      afrodite>hera>juno>venus+uni
                                                     artemis‑orthosia+astronoé
                       ASHTARTE
                       ‑CHEMOSH
          ATHAR
          BAAL         BAAL            BAAL          kronos
                       BAAL ADDIR  ‑>  BAAL ADDIR
                                       BAAL GR..
                       BAAL HAMMON ‑>  BAAL HAMMON   kronos>saturnus
                       BAAL KR
                       BAAL KRNTRYSH
                       BAAL LIBANON
                       BAAL MALAGE
                       BAAL MARQOD
                                       BAAL mgnm
                       BAAL MRP'
                       BAAL rsj                      poseidon?
                                       BAAL QARNEM   saturnus balcaranensis
                       BAAL SAPHON ‑>  BAAL SAPHON   zeus kasios + poseidon?
                       BAAL SEMED
                       BAAL SHAMAIM‑>  BAAL SHAMAIM  zeus megistos keraunios
                                                     jupiter
                                       BAALYATON?                      ^
                       BAAL ZEBUB                                      ?
                       BAALAT      ‑>  Blt hhdrt?    kore>juno regina  ^
                       BAITYLOS [beth‑El]   '                          ?
          DAGAN   ‑>   DAGON                         kronos,siton      ^
          DAMU         DAMU            DAMU                            ?
          EL      ‑>   EL ‑ ‑ ‑ ‑ ‑ ‑ ‑ ‑ ‑ ‑ ‑ ‑ ‑ ‑ ‑ ‑ ‑ ‑ ‑ ‑ ‑ ‑ ‑
                                       ELAT          athena
          ESJMOEN      ESJMOEN         ESJMOEN       apollo>asklepios>esculapius
                                                     dionysos
                                       GD?           daimon karchedonion
                                       HAWWAT
          HIRIHIBI
 
          KANAANIETISCH
                       FENICISCH       PUNISCH       nog latere periode
          ==============================================================
 
          HORON        HORON           HORON
          JARICH
          KOTHAR       CHUSOR?         CHUSOR?       hephaistos
          /HIJAN
                       MELQART     ‑>  MELQART       heracles>hercules
                       = Baal Sour
                       MELQART‑RESHEPH
          MILKASHTART  MILKASHTART     MILKASHTART   heracles>hercules
                       MALIKA
          MISKAR       MISKAR          MISKAR        neptunus?
          MOT          ?THANATOS?      ?             pluto
          NAHAR        ?
          NIKKAL  ‑>   MIKAL?
          pidrai
                       PUMMAY      ‑>  PUMA╥
                                       PYGMALION     adonis
                       RAKAB‑EL
          RESHEPH      RESHEPH         RESHEPH       apollo+phoebus
                  ‑>   RESHEPH‑MIKAL
                                       RESHEPH‑MELQART
                                       SADAMBAAL?
                       SAKON       ‑>  SAKON         hermes?
          SASM    ‑>   SASM           
          SJACHER
          SJALEM
          SJAPASJ      ?
          SHED         SHED/SHADRAPA   SHADRAPA      satrapes+liber pater+dionysos
          SHALMAN ‑>   SHALMAN
          SHAMASH      SHAMASH         SHAMASH
                       SID             SID           sardus pater
                       SIMA?
                       TANIT           TANIT         (juno)caelestis>persephone
          talai
          YAM     ‑>   BAAL‑YAM?       ?             poseidon?>neptunus?
                       Bt‑'l?
          ======================================================================
 
          j.Plaatsen en streken van voorkomen.
 
          streek        aantal %
          ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
          Fenicië         23   8 oooooooo
          Cyprus          15   5 ooooo
          Egypte          12   4 oooo
          Hellas           9   3 ooo
          (As)syrië       16   6 oooooo
          Palestina       26   9 ooooooooo
          overig Oost     13   5 ooooo                      OOST 114 41%
          ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
          Africa          57  21 ooooooooooooooooooooo
          Numidië         42  15 ooooooooooooooo
          Mauretanië       9   3 ooo
          Tripolitanië     9   3 ooo
          Sicilië         12   4 oooo
          Sardinië        15   5 ooooo
          Iberië          14   5 ooooo
          Eilanden         4   1 o
          overig West     10   4 oooo                       WEST 164 59%
          ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
          Totaal         278 100
 
          Brandpunten bij de verspreiding van de godheden in de
          Fenicische en Punische religie, wanneer we dat afmeten in
          het tot dusver gevonden aantal vindplaatsen, zijn eerst
          Africa (de streek rond Carthago) en later Numidië (verder
          het binnenland in).
 
          k.De Fenicische en Punische religie staat onder invloed van
          andere religies en hun godheden, maar toch is deze invloed
          in wezen vrij beperkt. We kunnen dat aflezen uit een
          staatje, waarin de frekwentie van godheden in percentages is
          uitgedrukt.
 
          FREKWENTIE                        MIDDELLANDSE ZEEGEBIED
          afgerond op hele %            oostelijk deel westelijk deel TOTAAL
          ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
          alleen onder de eigen naam,   52 (160)        15 (48)     33 (208)
                   teken of afbeelding
          onder (ook) een andere naam   23 (70)         48 (152)    36 (222)
          ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
          subtotaal                     75 (230)        63 (200)    69 (430)
 
          'vreemde' godheden            25 (76)         37 (116)    31 (192)
          ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
          TOTAAL                       100 (306)       100 (316)   100 (622)
 
          Tussen haakjes staan de absolute aantallen.
          In het westelijke deel van het Middellandse zeegebied gaat de andere
          naamgeving een belangrijkere rol spelen. De aanwezigheid van de echt
          vreemde goden blijft beperkt tot ca.1/3 in frekwentie.
 
          Eenzelfde staatje is ook te maken met alleen het voorkomen van godheden
          en niet in hun frekwentie:
                                           MIDDELLANDSE ZEEGEBIED
          VOORKOMEN in %              oostelijk deel westelijk deel
          ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
          alleen onder de eigen naam,   26 (20)        30 (21)       
                   teken of afbeelding
          onder (ook) een andere naam   38 (29)        21 (15)
          ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
          subtotaal                     64 (49)        51 (36)
 
          'vreemde' godheden            36 (28)        49 (35)
          ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
          TOTAAL                       100 (77)       100 (71)
 
          Tussen haakjes staan de absolute aantallen.
          In het oosten blijft het aandeel der 'vreemde' godheden nog beperkt tot
          36%, maar in het westen komt er een evenwicht tussen de
          Fenicisch/Punische goden en de 'vreemde' godheden.  Ook hierin zien we
          het internationale kosmopolitische karakter van de Feniciërs en Puniërs
          naar voren komen.
 
          De uitwisseling van godheden in tijd:
          ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
 
          Voor wat betreft de Punische landen in het westen.
          ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
                             ETRURIV  MAGNA GRAECIA   ROME
          ^    ^    ^    ^   ^   ^   ^   ^V^V^V^V V V V^V^V^V^V^VVVVVVVVVVVVV
                                                         v.C  na Chr.
          1200 1100 1000 900 800 700 600 500 400 300 200 100 0 100 200 300 400
 
                   ^ ^ V ^ ^  V V^V V^V  V^   ^   ^ V  ^ VVVV ^ VVVVVVVV V   V
          EGYPTE             IBERIË                NUMIDIË
          ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
 
 
          Voor wat betreft Fenicië.
          ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
                         (AS)SYRIV    GRIEKENLAND          ROME
 
                         ^ V ^ V ^ ^ ^ ^^^^V^V^^^^^VVVVVVV V^V^V V  V    V
 
          1200 1100 1000 900 800 700 600 500 400 300 200 100 0 100 200 300 400
 
          ^ ^ ^ ^ ^ V ^ ^ ^ V ^ ^ ^  ^   ^    ^
          EGYPTE
          ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
 
 
          l.Het pantheon bestaat waarschijnlijk niet uit triaden, maar
          uit duo's. Bij de triade kan men denken aan:
          ‑ oude voornaamste god
          ‑ godin (meestal zijn vrouw)
          ‑ jonge god (meestal de zoon)
          Het ziet er veeleer naar uit, dat per stad/streek er in
          principe een duo was in de vorm van de hoofdgod en de
          hoofdgodin, terwijl er daarnaast uitvoerders of helpers
          waren van velerlei pluimage.
 
          m.De religie heeft een sterk abstract karakter. De heilige
          stenen, bomen en kapen vormen een een onderdeel, dat
          welhaast belangrijker lijkt, dan de exacte afbeelding van de
          godheid. Kegels, piramidale stenen e.d vormen het huis van
          god (Baityl/Beth‑el).
 
          n.Het koningsschap wordt meestal gekoppeld aan het
          priesterschap. Zelfs de Carthaagse veldheren voerden
          religieuze ceremonies op. Er is nauwelijks een scheiding
          tussen kerk en staat.
 
 

 

zaterdag 13 december 2014

Beeld Punisch/Carthaagse religie 2. Deel 80.


          SYMBOLEN EN TEKENS

          Bij afbeeldingen of het noemen van de goden wordt gebruikt gemaakt van

          diverse symbolen, zoals de zon, de maan, de sterren, palmen en de

          granaatappelboom. De open geheven hand kan staan voor het 'bidden', maar

          heeft zeker ook te maken met de zegenende en beschermende macht van de

          godheid. Het teken van Tanit lijkt op een gestyleerde vrouwenfiguur en

          als zodanig is het niet duidelijk, wat de bedoeling ervan is. Wellicht

          heeft het te maken met de oermoeder, die met globaal dit teken ook op

          Kreta in de voor‑Griekse periode werd afgebeeld. Het zou ook kunnen, dat

          het een gecombineerde astrale en chtonische betekenis heeft:

 

                                             **    astraal

                                           *    *  HEMEL

                                           *    *

                                *            **            * altaarhorens

                                *            **            *

                                **************************** scheidingslijn

                                             **

                                            *  *

                                           *    *

                                          *      *

                                         *        *

                                        *          * chtonische

                                       *            * AARDE

                                      *              *

                                     *                *

                                    ********************

 

          Niettemin vinden we bij Cirta het Tanit‑teken, waarbij zij een staf in

          de hand houdt (ca.150 v.C), hetgeen weer gewoon voor de gstyleerde

          vrouwenfiguur zou pleiten. En zo zijn er meer voorbeelden. Mogelijk zijn

          beide gedachtenspinsels met elkaar gecombineerd en versmolten.

          Wellicht staat het teken ook voor een algemeen religieus symbool, zoals

          het kruis bij de Christenen of het Ankh‑teken bij de Egyptenaren.

          Das 'Tanitzeichen', Deutungsversuche eines Symbols, P.Cintas, Archeologia VIVA 1968/69.

          Een ander symbool, dat met Tanit in verband wordt gebracht is het fles‑

          symbool, dat veelal in een troon‑altaar verschijnt (Carthago,

          Hadrumetum, Akzib).

 

          GEESTEN

          Demonen en geesten zijn te bestrijden met amuletten, symbolen, belletjes

          en talismannen. Er worden vervloekingstabletten gemaakt. Die zijn veelal

          van persoonlijke aard, maar ook in het algemeen gesteld, zoals deze (CIS

          I 5510): "[En iedere m]ens, die niet (de goden) vereerd, zal verdelgd

          worden door onze grote TNT pn BcL en de heer [Bc]L Hammon en wel

          gedurende het leven in het aanschijn van de zon samen met hun familie en

          hun [geestverwanten]."

          Maskers dienen er enerzijds voor om de bescherming van de goden te

          verwerven en anderszijds om demonen af te schrikken. In het eerste geval

          zijn de maskers mooi en glimlachend en in het tweede geval zijn de

          maskers misvormd en verwrongen. De glimlachende en grijnzende maskers

          werden tijdens heilige dansen gebruikt om goden en geesten op te roepen.

          Demonen spelen een belangrijke rol in het leven van de PuniVr. Hij wordt

          door duizend geesten in zijn leven belaagd. Demonen zijn wanstaltige

          geesten, die zorgen voor tegenspoed, ziekten en vervormingen. Met

          speciale afbeeldingen, tekens, voorwerpen en natuurlijk de maskers werd

          al te veel onheil voorkomen. Amuletten van Ptah beschermden tegen

          bijvoorbeeld tegen slangen. Magische graveringen op plaatjes werden als

          een talisman om de nek gehangen.

 

          DE OVERDRACHT

          Ashtarte    ‑‑>     Afrodité/Juno/Hera/Venus

          Resheph     ‑‑>     Apollo

          Shadrapa    ‑‑>     Bacchus/Liber Pater

          Yam         ‑‑>     Poseidon

          Haddad      ‑‑>     Ares

          Tanit       ‑‑>     Caelestis/Persephone

          Baal Hammon ‑‑>     Saturnus

          Melqart     ‑‑>     Heracles/Hercules

          Esjmoen     ‑‑>     Asklepios/Esculapius/Apollo

 

          EED VAN HANNIBAL

          Het verdrag, dat Hannibal in 215 v.C afsloot met de MacedoniVrs

          (Polybius VII 9), geeft een goed inzicht in de mate, waarin de Griekse

          goden werden genoemd en welke de Fenicische/Punische voorgangers

          daarachter zich schuil houden.

          Ten overstaan van Zeus (=Baal Hammon of Shamaim), Hera (Tanit) en Apollo

          (Resheph); ten overstaan van de Genius/Daimon(=Ashtarte) van Carthago,

          van Heracles (=Melqart) en Iolaus (=Esjmoen); ten overstaan van Ares

          (Hadad), Triton, Poseidon (Yam); ten overstaan van de goden, die voor

          ons vechten en de zon, de maan, de aarde; ten overstaan van de rivieren,

          meren, wateren enz enz enz

          De vraag rijst, of dit het Carthaagse pantheon was, of slechts de

          voorkeur van Hannibal.

          In dit verband is ook van belang de uitspraak van Eudoxus van KnidiV,

          die zegt, dat de Feniciërs kwartels offeren aan Heracles, omdat deze,

          als de zoon van Asteria en Zeus, gedood is door Typhon en tot leven komt

          door de geur van een kwartel, die hem gebracht wordt door Iolaos.

          Over de identificatie van de Genius (lat) of de Daimon (gr) bestaat geen

          overeenstemming. Er zijn ook identificaties gemaakt met Bes, Tanit, Baal

          Mgnm en zelfs Dido. Waarschijnlijk gaat het om een groep van godheden,

          waarvoor mogelijk het Semietische woord Gad werd gebruikt.

 
          DE CLERUS
          Voorname posities werden ingenomen door de priesters (Kohanim). De
          priester (khn) en chef‑priester (rb khn) worden in Carthago vanaf de 4e
          eeuw v.C als zodanig genoemd. Door hun goden te dienen verzekerden zij
          de stad van de nodige bescherming. Door offers werden de goden krachtig
          gehouden voor hun taak. Bij rampen wezen de priesters het volk op hun
          mindere geloofsijver, waarna onmiddellijk het verloren terrein op
          wellicht absurde wijze werd ingehaald met massale offerandes. Er waren
          overigens ook priesteressen (khnt) en hulppriesters. Er is een
          afbeelding van een priesteres als sarcofaag van St.Monique, waarbij haar
          benen gewikkeld zijn in vogelveren als vleugels.
          De hulppriesters of priesters van de tweede klasse komen naar voren in
          de Romeinse tijd, waarbij de culten van Saturnus en Caelestis de
          onderscheiding gemaakt wordt tussen 'sacerdotes loci primi' en
          'sacerdotes loci secundi' (CILVIII, 12406). Daarnaast worden ook nog de
          'ministri dei Saturni' genoemd (CIL VIII 6961).
          De priesters waren met huid en haar verkocht aan hun godheid. Soms
          moesten zij letterlijk met hun leven daarvoor betalen. Nog in de 3e eeuw
          na Chr. werden mensen in de kledij van Saturnus‑priesters voor de wilde
          dieren gegooid. Bovendien moesten de priesters hun bijzondere positie
          ook bekopen met allerlei 'vreemde' gebruiken. In Gadir moesten de
          priesters van Melqart hun hoofd‑ en baardhaar afscheren, droegen zij
          ongegorde linnen gewaden met een brede geborduurde zoom, liepen
          barrevoets en leefden in celibaat. Vrouwen en varkens (welk een
          combinatie!) was de toegang tot de tempel verboden. Alles volgens Silius
          Italicus III 23‑27.
          In andere heiligdommen mochten de priesters geen wijn gebruiken, maar
          hadden veelal niet de plicht van kuisheid. Het is dus een gevarieerd
          beeld en kennelijk had elk heiligdom zo zijn eigen regels voor de
          priesters. Tertullianis vermeldt ca.200 na Chr.in 'De exhortatione
          castitatis' (13), dat de priesteressen van Ceres (Kore) verplicht waren
          om alle omgang met mannen en naaste familieleden te mijden.
          De priesterdracht is gevarieerd. Nu eens verschijnt op een gedenkteken
          de priester in een lang doorzichtig bovenkleed met een sluier en over de
          schouder een lange smalle band; dan weer in een mantel met een brede
          geborduurde zoom.
          Elk heiligdom wordt geleid door een opperpriester (rab kohanim), maar er
          zijn ook priesters of ambtenaren met een speciale taak, zoals de hoeder
          van de moraal = de praefectus sacrorum ('dr czrm) en voorts zijn er
          speciale commissies (KAI 80,1), die aangeduid worden als "De tien
          mannen, die over het heiligdom gaan (csjrt h'sjm 'sjcl hmqdsjm)". Dit
          kan vergelijkbaar zijn met het college van tien bij de Romeinen, die
          "opzichters over de heilige zaken" werden genoemd. Andere groepen moeten
          de tarieven voor de offers vaststellen (KAI 69), maar het is niet
          gezegd, dat dit ook priesters waren: "De dertig mannen, die over het
          tarief gaan (sjlsjm h'sj 'sjcl hmsj'tt)". Een speciale rol is weggelegd
          voor "de opwekker van de godheid". In Pyrgi is dat de koning zelf en in
          Carthago wordt volstaan met een persoon in een 'hoge rang'. Er is ook
          veel personeel in dienst bij de tempels. In Carthago worden de kappers
          van de godheid genoemd (glb 'lm).
 
          De verdienste van de Punische clerus is geweest, dat zij het geestelijke
          gedachtengoed van de Puniërs en Carthagers heeft bewaard en wel lang
          nadat de politieke en militaire rol van Carthago was uitgespeeld. Nog
          vele eeuwen na Chr blijft dit doorwerken. Pas wanneer het latijn als
          liturgische taal overal wordt ingevoerd, verdwijnt langzaam het
          gemeenschappelijke Punische gedachtengoed.
 
          Zie:
          ‑ Magistratures et sacerdoces puniques, J.‑G.Février, RA 42, 1948.
          ‑ Sur une comparaison entre le clergé phénicien et le clergé 'africain',
          J.‑P.Rey‑Coquais, L'Africa Romana V, Sassari 1988.